In de praktijk

Modellen kunnen beslissingen op verschillende terreinen ondersteunen. Hier vind je welke types modellen geschikt kunnen zijn, welke inzichten ze kunnen bieden en welke rol ze kunnen spelen in processen die in Nederland lopen. Deze informatie is algemeen, voor een specifiek vraagstuk is maatwerk nodig. 

I. Transitievisies Warmte

_

Nederland gaat van het gas af. We zullen onze woningen en gebouwen anders verwarmen. Gemeenten spelen hierbij een centrale rol. Zij staan aan het roer om de richting uit te stippelen voor hun wijken.

Schaal: Gemeente

Uitdaging:

De Transitievisies Warmte geven richting aan de warmtetransitie. De visies kunnen grote gevolgen hebben voor bewoners en stakeholders. Zij willen conclusies trekken voor het eigen huis, de eigen onderneming, enz. 

Modellen die geschikt zijn om de Transitievisies Warmte te ondersteunen, zijn vaak niet geschikt om uitspraken te doen over een individueel huis of gebouw. Juiste communicatie naar buiten is dus van groot belang.

GMP 2.0. Opzet YK 17.04.20

Welke inzichten kunnen modellen leveren?​

Modellen kunnen verschillende inzichten leveren voor de Transitievisies Warmte. Hieronder staan enkele voorbeelden van vragen die modellen kunnen beantwoorden. De voorbeelden zijn puzzelstukken die los, of samen, kunnen helpen om beter grip te krijgen op de vragen en behoeften in jouw gemeente. 

Warmtevraag van woningen en utiliteiten

  • Hoeveel is de lokale warmtevraag per jaar (in GWh of TJ)?
  • Wanneer is warmte nodig (in MWh of GJ per uur, per dag, per maand, per seizoen)?
  • Wat zijn de kosten van verschillende techieken en isolatieniveaus?

Best passende type model:

?

Warmtelevering uit verschillende bronnen

  • Hoeveel warmte kunnen bronnen leveren per jaar (in GWh of TJ)?
  • Hoe is de warmtelevering verspreid over de tijd (in MWh of GJ per uur, per dag, per maand, per seizoen)?
  • Wat zijn de kosten van verschillende bronnen?

Best passende types modellen:

Kaarten

  • Op welke locaties kan overgestapt worden op een bepaalde duurzame warmtetechniek?
  • Hoe is de warmtevraag verspreid over de gemeente of regio?
  • Wat zijn de locaties van duurzame warmtebronnen?

Best passende type model:

Input voor systeemstudies

  • Hoe passen de behoeftes en belangen van de gemeente in een groter plaatje van het hele energiesysteem?

Best passende types modellen:

Optimale keuzes

  • Welke warmtetechniek heeft de laagste kosten?
  • Welke warmtetechniek is de meest duurzame?
  • Welke keuzes hebben de minste ruimte-impact?

Best passende types modellen:

-10º C

Robuustheid van warmtelevering

  • Onder welke omstandigheden kan de bron warmte leveren (seizoen, tijd van de dag, dag van de week, moment in productieproces, enz.)?
  • Wat zijn de afhankelijkheden van andere energiebronnen, van de type energievraag, het type energieopwek, enz.?

Best passende types modellen:

Input voor systeemstudies

  • Hoe passen de behoeftes en belangen van de gemeente in een groter plaatje van het hele energiesysteem?

Best passende types modellen:

Hoe kunnen modellen het proces ondersteunen?

Modellen kunnen de Transitievisies Warmte op verschillende manieren ondersteunen. Modeluitkomsten kunnen an sich gebruikt worden om inzichten te bieden in de gevolgen van keuzes. Ze kunnen ook een gesprek of een proces voeden, en op die manier bijdragen aan een gezamenlijk beeld om draagvlak voor beslissingen te creëren. 

Voorbeeld

Geïnformeerde keuzes ondersteunen.

Modeluitkomsten kunnen op zichzelf gebruikt worden om de gevolgen van verschillende keuzes beter te begrijpen. Door uitkomsten met elkaar te vergelijken, worden afhankelijkheden en verhoudingen duidelijker. Bijvoorbeeld, uit de modeluitkomsten blijkt dat warmtepompen in een wijk 25% duurder zijn voor bewoners dan een warmtenet, maar 15% goedkoper voor de maatschappij als geheel. Het besluitvormingsproces dat volgt weegt de belangen en bepaalt zo welke optie de voorkeur geniet.

Gezamenlijk beeld vormgeven.

Modellen kunnen ook ingezet worden om een gesprek te voeden. Aannames, veronderstellingen en inputdata kunnen expliciet besproken worden met betrokken partijen. Hierdoor kan een gezamenlijk beeld ontstaan. Bijvoorbeeld, wil de helft van de bewoners in een gemeente wel een eigen warmtepomp? Door in gesprek te gaan, kunnen wensen en randvoorwaarden beter in kaart gebracht worden. Ze kunnen in een model verwerkt worden, of rechtstreeks leiden tot keuzes.

Een gemeente stelt de Transitievisie Warmte op. Om een eerste beeld te krijgen, vraagt ze een modelleur om drie scenario’s door te rekenen: warmtenetten, warmtepompen, en een mix van 50% elk. 

De gemeente gebruikt de uitkomsten in workshops en gesprekken met verschillende stakeholders. Uit de input worden drie nieuwe, meer verfijnde scenario’s geformuleerd. 

De gemeente vraagt de modelleur om deze nieuwe scenario’s in een interactieve webtool te verwerken. De tool wordt beschikbaar gesteld aan de stakeholders, en gebruikt in een tweede ronde workshops en gesprekken. De betrokkenen hebben invloed gehad op de input en kunnen zelf experimenteren met de uitkomsten. Zo ontstaat er meer begrip, betrokkenheid en daarmee draagvlak.

Draagvlak creëren.

Het modelleerproces kan gebruikt worden om stakeholders te betrekken. Bij de Transitievisies Warmte staan type technieken, beschikbaarheid van bronnen en geschiktheid van netten centraal voor stakeholders. Door de belangrijkste modelkeuzes in overleg te maken, en de uitkomsten te delen, krijgen stakeholders inzichten in de mogelijkheden en gevolgen van de keuzes. Transparantie en betrokkenheid kunnen helpen om draagvlak te creëren.

Voorbeeld:

Een gemeente stelt de Transitievisie Warmte op. Om een eerste beeld te krijgen, vraagt ze een modelleur om drie scenario’s door te rekenen: warmtenetten, warmtepompen, en een mix van 50% elk. 

De gemeente gebruikt de uitkomsten in workshops en gesprekken met verschillende stakeholders. Uit de input worden drie nieuwe, meer verfijnde scenario’s geformuleerd. 

De gemeente vraagt de modelleur om deze nieuwe scenario’s in een interactieve webtool te verwerken. De tool wordt beschikbaar gesteld aan de stakeholders, en gebruikt in een tweede ronde workshops en gesprekken. De betrokkenen hebben invloed gehad op de input en kunnen zelf experimenteren met de uitkomsten. Zo ontstaat er meer begrip, betrokkenheid en daarmee draagvlak.

II. Regionale Energiestrategieën

_

De energievoorziening in Nederland wordt duurzaam. RES-regio’s zijn aan zet om plek te vinden voor duurzame opwek van elektriciteit en afspraken te maken over het gebruik van duurzame warmtebronnen.

Schaal: RES-regio

Uitdaging:

De Regionale Energiestrategieën geven aan hoe duurzame opwek in de omgeving wordt ingepast. Dit kan grote gevolgen hebben voor bewoners en stakeholders. Zij willen conclusies trekken voor hun eigen omgeving. 

Modellen die geschikt zijn om de Regionale Energiestrategieën te ondersteunen, zijn vaak niet geschikt om uitspraken te doen over een individueel huis of gebouw. Juiste communicatie naar buiten is dus van groot belang.

GMP 2.0. Opzet YK 17.04.20

Welke inzichten kunnen modellen leveren?​

Modellen kunnen verschillende inzichten leveren voor de Regionale Energiestrategieën. Hieronder staan enkele voorbeelden van vragen die modellen kunnen beantwoorden. De voorbeelden zijn puzzelstukken die los, of samen, kunnen helpen om beter grip te krijgen op de vragen en behoeften in uw regio.

Opwek uit wind- en zonne-energie

  • Hoeveel opwek kunnen kunnen de windmolens en zonnepanelen leveren per jaar (in GWh of TJ)?
  • Wanneer wordt de energie geleverd (in MWh of GJ per uur, per dag, per maand, per seizoen)?
  • Hoe hangt de grootte van de windmolens samen met de opwek?

Best passende type model:

?

Kaarten en 3D-visualisaties

  • Wat zijn de ruimtelijke beperkingen voor duurzame opwek?
  • Hoe zien de mogelijke inpassingen van hernieuwbare opwek in het landschap er uit?
  • Wat zijn de visuele effecten van de duurzame opwek?

Best passende type model:

Optimale keuzes

  • Welke keuzes zijn het goedkoopst voor de maatschappij?
  • Welke oplossingen zijn het duurzaamst?
  • Welke keuzes hebben de laagste kosten voor de elektriciteitsnetten?
  • Welke keuzes hebben de minste ruimte-impact?

Best passende type model:

Input voor systeemstudies

  • Hoe passen de behoeftes en belangen van de gemeente in een groter plaatje van het hele energiesysteem?

Best passende types modellen:

Hoe kunnen modellen het proces ondersteunen?

Modellen kunnen de Regionale Energiestrategieën op verschillende manieren ondersteunen. Modeluitkomsten kunnen an sich gebruikt worden om inzichten te bieden in de gevolgen van keuzes. Ze kunnen ook een gesprek of een proces voeden, en op die manier bijdragen aan een gezamenlijk beeld om draagvlak voor beslissingen te creëren.

Voorbeeld

Geïnformeerde keuzes ondersteunen.

Modeluitkomsten kunnen op zichzelf gebruikt worden om de gevolgen van verschillende keuzes beter te begrijpen. Door uitkomsten met elkaar te vergelijken, worden afhankelijkheden en verhoudingen duidelijker. Bijvoorbeeld, uit modeluitkomsten blijkt dat een lokaal windmolenpark meer opbrengt dan zonnevelden. Windmolens zijn echter van verder zichtbaar dan zonnepanelen. Het besluitvormingsproces dat volgt moet een waardeoordeel uitspreken en zo bepalen welke opwekkeuze de voorkeur geniet.

Gezamenlijk beeld vormgeven.

Modellen kunnen ook ingezet worden om een gesprek te voeden. Aannames, veronderstellingen en inputdata kunnen expliciet besproken worden met betrokken partijen. Hierdoor kan een gezamenlijk beeld ontstaan. Bijvoorbeeld, hebben belanghebbenden de voorkeur voor één groot zonneveld, of verschillende kleine? Hoe zien deze opties eruit? Door in gesprek te gaan, kunnen wensen en randvoorwaarden beter in kaart gebracht worden. Ze kunnen in een (ruimtelijk) model verwerkt worden, of rechtstreeks leiden tot keuzes.

Een regio stelt een Regionale Energiestrategie op. Verschillende opties voor duurzame opwek worden overwogen: zowel windmolens als zonnevelden, en zowel kleinschalige als grootschalige aanpak liggen op tafel.

Om een eerste beeld te krijgen, vraagt de regio een modelleur om de opties te visualiseren op kaart en in een 3D-model. 

De visualisaties leiden tot levendige gesprekken in workshops met verschillende stakeholders. Betrokkenen krijgen een beter beeld van de mogelijkheden en de gevolgen van duurzame opwek in hun regio. Ze spreken voorkeuren, wensen en voorwaarden uit. Hier houdt de regio zoveel mogelijk rekening mee. Door de betrokkenheid, ontstaat er meer begrip voor de keuzes. Zo bouwt de regio aan draagvlak voor de uiteindelijke beslissingen.

Draagvlak creëren.

Het modelleerproces kan gebruikt worden om stakeholders te betrekken. Bij de Regionale Energiestrategieën spelen zowel hoeveelheid opwek als ruimtelijke aspecten een belangrijke rol. Door ze expliciet te maken in een modelleerproces, door de belangrijkste modelkeuzes in overleg te maken, en de uitkomsten te delen, krijgen ook stakeholders inzichten in de mogelijkheden en gevolgen van de keuzes. Transparantie en betrokkenheid kunnen helpen om draagvlak te creëren.

Voorbeeld:

Een regio stelt een Regionale Energiestrategie op. Verschillende opties voor duurzame opwek worden overwogen: zowel windmolens als zonnevelden, en zowel kleinschalige als grootschalige aanpak liggen op tafel.

Om een eerste beeld te krijgen, vraagt de regio een modelleur om de opties te visualiseren op kaart en in een 3D-model. 

De visualisaties leiden tot levendige gesprekken in workshops met verschillende stakeholders. Betrokkenen krijgen een beter beeld van de mogelijkheden en de gevolgen van duurzame opwek in hun regio. Ze spreken voorkeuren, wensen en voorwaarden uit. Hier houdt de regio zoveel mogelijk rekening mee. Door de betrokkenheid, ontstaat er meer begrip voor de keuzes. Zo bouwt de regio aan draagvlak voor de uiteindelijke beslissingen.

III. Systeemstudies

_

Het volledig energiesysteem verandert. Systeemstudies laten de samenhang van de veranderingen en gevolgen zien op de schaal van een provincie of heel Nederland.

Schaal: Provincie, Nederland

Uitdaging:

Systeemstudies zijn omvangrijke studies die integratie vragen van data, inzichten en modellen op lokale schaal met die op nationale of zelfs internationale schaal.

Systeemstudies maken gebruik van complexe modellen met een relatief lange doorlooptijd.

Resultaten van systeemstudies kunnen tot nieuwe inzichten leiden, waardoor een iteratief proces nodig is.

GMP 2.0. Opzet YK 17.04.20

Welke inzichten kunnen modellen leveren?​

Modellen kunnen verschillende inzichten leveren voor Systeemstudies. Hieronder staan enkele voorbeelden van vragen die modellen kunnen beantwoorden. De voorbeelden zijn puzzelstukken die los, of samen, kunnen helpen om beter grip te krijgen op de verschillende vragen en behoeften.

Onderlinge verbanden

  • Wat zijn de afhankelijkheden in het energieverbruik van verschillende sectoren?
  • Wat zijn de afhankelijkheden tussen de verschillende energiedragers?
  • Wat is de samenhang tussen emissies, maatschappelijke kosten, netwerkkosten, enz.?

Best passende types modellen:

MScenarios

Scenario’s in de toekomst

  • Hoe evolueert de uitstoot?
  • Wat zijn de toekomstige behoeften aan energiedragers?
  • Wat zijn de afhankelijkheden van import?
  • Ontstaat er lock-in door bepaalde keuzes?

Best passende types modellen:

Impact van maatregelen

  • Wat is de impact van een belasting op het energieverbruik?
  • Heeft het zin om bepaalde technieken of keuzes te ondersteunen?

Best passende type model:

-10º C

Robuustheid van het energiesysteem

  • Blijft het energiesysteem betrouwbaar onder extremere omstandigheden, zoals een zeer koude winter, of een lange periode van bewolkte, windloze dagen?
  • Blijft het energiesysteem betrouwbaar bij uitfasering van regelbare fossiele energiecentrales?
  • Kloppen de niet alleen op jaarbasis, maar ook op uurbasis?

Best passende types modellen:

Kaarten en 3D-visualisaties

  • Wat is de ruimtelijke impact van het toekomstig energiesysteem?
  • Waar is overlap tussen energievraag en -aanbod, en waar liggen ze ver van elkaar?
  • Wat zijn de visuele effecten van de duurzame opwek?

Best passende type model:

Optimale keuzes

  • Wat zijn de duurzaamste keuzes?
  • Door welke keuzes wordt Nederland het minst afhankelijk van geïmporteerde energie?
  • Welke keuzes leiden tot de laagste maatschappelijke kosten?
  • Bij welke keuzes blijven de investeringskosten in de netwerken het laagst?

Best passende types modellen:

-10º C

Robuustheid van het energiesysteem

  • Blijft het energiesysteem betrouwbaar onder extremere omstandigheden, zoals een zeer koude winter, of een lange periode van bewolkte, windloze dagen?
  • Blijft het energiesysteem betrouwbaar bij uitfasering van regelbare fossiele energiecentrales?
  • Kloppen de niet alleen op jaarbasis, maar ook op uurbasis?

Best passende types modellen:

Hoe kunnen modellen het proces ondersteunen?

Modellen kunnen systeemintegratie op verschillende manieren ondersteunen. Modeluitkomsten kunnen an sich gebruikt worden om inzichten te bieden in de gevolgen van keuzes. Ze kunnen ook gebruikt worden om tot een gedeeld beeld te komen, en om draagvlak te creëren voor veranderingen op systeemniveau.

Voorbeeld

Geïnformeerde keuzes ondersteunen.

Modeluitkomsten kunnen op zichzelf gebruikt worden om inzichten te bieden in de koppelingen tussen energiedragers, schaalniveaus, sectoren en internationale ontwikkelingen. Langetermijnbeslissingen zijn een belangrijk deel van systeemintegratie. Modeluitkomsten kunnen gevolgen van verschillende keuzes duiden. Bijvoorbeeld, uit een model blijkt dat binnenlandse productie van waterstof duurder is, maar meer energiezekerheid biedt. Het besluitvormingsproces dat volgt moet een waardeoordeel uitspreken: zijn kosten of autonomie belangrijker? Zo worden opties afgewogen, en beslissingen genomen.

Gezamenlijk beeld vormgeven.

Grote veranderingen in de energievoorziening op systeemniveau vragen om breed draagvlak. Modelleerprocessen kunnen gebruikt worden om de uiteenlopende stakeholders te betrekken. Gezien de complexiteit en de grootte van de veranderingen, is het creëren van draagvlak ook een iteratief en langetermijnproces. Door keuzes in overleg steeds te verfijnen en modeluitkomsten te delen, krijgen verschillende stakeholders inzichten in de mogelijkheden en de uitdagingen. Transparantie en betrokkenheid kunnen helpen om draagvlak te creëren.

Nederland moet keuzes maken over de toekomst van aardgasleidingen. Ze kunnen gebruikt worden voor waterstofgas, voor geïmporteerd aardgas, of ontmanteld worden. 

Lokale keuzes voor waterstofclusters kunnen niet zonder een waterstofbackbone. Maar ook de backbone heeft geen zin zonder lokale productie en afname. 

Een ministerie vraagt een modelleur om verschillende nationale scenario’s door te rekenen. Deze scenario’s worden gebruikt om afstemming te zoeken met lokale plannen van overheden en bedrijfsclusters. 

Nieuwe inzichten worden zowel op lokaal als op nationaal niveau verwerkt in een volgende ronde. Zo kunnen verschillende parallelle processen beter op elkaar afgestemd worden.

Draagvlak creëren.

Grote veranderingen in de energievoorziening op systeemniveau vragen om breed draagvlak. Modelleerprocessen kunnen gebruikt worden om de uiteenlopende stakeholders te betrekken. Gezien de complexiteit en de grootte van de veranderingen, is het creëren van draagvlak ook een iteratief en langetermijnproces. Door keuzes in overleg steeds te verfijnen en modeluitkomsten te delen krijgen verschillende stakeholders inzichten in de mogelijkheden en de uitdagingen. Transparantie en betrokkenheid kunnen helpen om draagvlak te creëren.

Voorbeeld:

Nederland moet keuzes maken over de toekomst van aardgasleidingen. Ze kunnen gebruikt worden voor waterstofgas, voor geïmporteerd aardgas, of ontmanteld worden. 

Lokale keuzes voor waterstofclusters kunnen niet zonder een waterstofbackbone. Maar ook de backbone heeft geen zin zonder lokale productie en afname. 

Een ministerie vraagt een modelleur om verschillende nationale scenario’s door te rekenen. Deze scenario’s worden gebruikt om afstemming te zoeken met lokale plannen van overheden en bedrijfsclusters. 

Nieuwe inzichten worden zowel op lokaal als op nationaal niveau verwerkt in een volgende ronde. Zo kunnen verschillende parallelle processen beter op elkaar afgestemd worden.

Energievraagmodellen

Modellen die de energievraag modelleren. Deze modellen zijn meestal beperkt tot een bepaald type energiegebruiker, de energievraag van een huishouden wordt bijvoorbeeld door heel andere factoren bepaald dan de energievraag van een staalfabriek, en moet dus anders gemodelleerd worden.

Sterktes:

Model kan goed afgesteld om de eigenschappen van een bepaald type energiegebruiker weer te geven

Zwaktes:

Een model dat bedoeld is voor een specifiek type gebruiker is vaak moeilijk of niet in te zetten voor een ander type gebruiker

Voorbeeld:

Modellen die op basis van apparaat- of gebouwkarakteristieken en gebruikersgedrag de energievraag berekenen

Termijn: Korte tot lange

Schaal: Kleine tot grote

Energieopwekmodellen?

Modellen die de energieopwek modelleren. Deze modellen zijn meestal beperkt tot een bepaald type energiebron en techniek, de opwek van zonne-energie in een zonnepaneel verloopt volgens een heel ander mechanisme dan de opwek van windenergie door een windturbine, en moet dus anders gemodelleerd worden.

Sterktes:

Op basis van de eigenschappen van de energiebron en techniek kan de opwek vrij nauwkeurig berekend worden

Zwaktes:

Een model dat bedoeld is voor een specifiek type bron en techniek is vaak moeilijk of niet in te zetten voor een ander type bron en/of techniek

Voorbeeld:

Modellen die op basis van klimaatdata en techniekeigenschappen de hoeveelheid geproduceerde energie berekenen

Termijn: Korte tot lange

Schaal: Kleine tot grote

Systeemintegratiemodellen

Modellen die verschillende onderdelen van het energiesysteem bij elkaar brengen: energievraag in verschillende sectoren (bijvoorbeeld industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw), energieopwek uit verschillende bronnen (fossiele bronnen, wind, zon, geothermie, enz.) en rekening houden met verschillende energiedragers (zoals elektriciteit en gas).

Sterktes:

Inzichten in de afhankelijkheden en synergieën tussen verschillende onderdelen van het energiesysteem

Zwaktes:

Lang om te bouwen, vragen heel veel uiteenlopende data, vaak vooral gericht op langere termijn en grotere geografische schaal

Voorbeelden:

ESSIM (TNO) en ETM (Quintel Intelligence)

Termijn: Middellange tot lange

Schaal: Middelgrote tot grote

Ruimtelijke modellen

Modellen die resultaten op kaart (in 2D) of in 3D-visualisaties weergeven. De resultaten die deze modellen weergeven, zijn vaak met een ander type model berekend.

Sterktes:

Visuele weergave van resultaten is een sterk communicatiemiddel

Zwaktes:

Ook visuele resultaten behoeven steeds uitleg over de achtergrond en aannames van resultaten

Voorbeelden:

GIS-kaarten, Windplanner (The Imagineers)

Kaarten

Termijn: Korte tot lange

Schaal: Korte tot lange

3D-modellen

Termijn: Korte tot lange

Schaal: Kleine tot middelgrote

GMP 2.0. Opzet YK 17.04.20

Transitievisies Warmte richten zich op één of enkele gemeenten. Ze kunnen waardevolle lokale inzichten opleveren.

Het energiesysteem verbindt de gemeenten met de rest van Nederland, Europa en de wereld. Systeemstudies geven inzichten in die verbanden.

Lokale input vanuit de Transitievisies Warmte kan helpen om systeemintegratie te bevorderen.

Zo kunnen belangen en behoeften in een gemeente duidelijk worden binnen het groter plaatje.

Voorspellende modellenNuStraks

Modellen die iets proberen te zeggen over de toekomst op basis van kennis van het heden en verleden, en aannames over de toekomst. Vaak zijn dit ook exploratiemodellen.

Sterktes:

Inzichten in mogelijke trends in de toekomst en hoe die beïnvloed kunnen worden

Zwaktes:

De toekomst voorspellen is erg moeilijk, dus de modelresultaten bevatten inherent grote onzekerheden

Voorbeelden:

Klimaat- en energieverkenning (PBL), IPCC-modellen voor klimaatverandering

Termijn: Korte tot lange

Schaal: Kleine tot grote

Optimalisatiemodellen
Modellen die een bepaald vooropgesteld doel (kosten, CO2-emissies, enz.) zo klein of zo groot mogelijk proberen te maken. Deze modellen kijken eerst hoe kosten, CO2-emissies, enz. ontstaan, en vervolgens draaien ze aan de knoppen van de oorzaken (binnen afgesproken mogelijkheden) om het doel zo klein of zo groot mogelijk te maken.

Sterktes:

Inzichten in manieren om een vooropgesteld doel zo efficiënt mogelijk te bereiken

Zwaktes:

Erg moeilijk om verschillende “soorten knoppen” met elkaar te vergelijken, bijvoorbeeld investeringskosten en ruimtelijke inpassing. Sommige aspecten, zoals draagvlak, kunnen niet gemodelleerd worden

Voorbeelden:

Investeringsmodellen van netbeheerders, Powerfys (Ecofys), CEGOIA (CE Delft), PLEXOS (Energy Exemplar)

Termijn: Korte tot lange

Schaal: Kleine tot grote

Beleidsmodellen

Modellen die effecten van beleid analyseren en daarmee inzichten kunnen geven in de wenselijkheid van beleidskeuzes. Onder de motorkap kunnen beleidsmodellen op veel verschillende manieren in elkaar zitten.

Sterktes:

Inzichten geven in de mogelijke uitkomsten van beleidskeuzes

Zwaktes:

Vaak zeer complexe modellen

Voorbeelden:

Vesta-MAIS (PBL), modellen van het Centraal Planbureau

Termijn: Middellange tot lange

Schaal: Middelgrote tot grote

ExploratiemodellenMScenarios

Modellen waarmee men verschillende scenario’s kan doorrekenen. Onder de motorkap kunnen exploratiemodellen op veel verschillende manieren in elkaar zitten.

Sterktes:

Meerdere scenario’s kunnen beter inzicht geven in de breedte van de mogelijkheden. Dit is een voordeel bij onzekerheden

Zwaktes:

Vaak zeer complexe modellen

Voorbeelden:

ETM (Quintel Intelligence), CEGOIA (CE Delft), PLEXOS (Energy Exemplar)

Termijn: Middellange tot lange

Schaal: Middelgrote tot grote

Doorrekenmodellen

Modellen die onder de motorkap te vergelijken zijn met een groot rekenblad. Deze modellen kunnen een klein of een zeer groot aantal berekeningen bevatten.

Sterktes:

De werking van het model is conceptueel relatief gemakkelijk om te begrijpen

Zwaktes:

Grote doorrekenmodellen vragen vaak veel data, die niet altijd beschikbaar zijn

Voorbeeld:

ETM (Quintel Intelligence)

Termijn: Korte tot lange

Schaal: Kleine tot grote

Top-downmodellenMGrote trends

Modellen die berekeningen maken op basis van algemene maatschappelijke en economische trends.

Sterktes:

Analyse van globale, gemiddelde trends mogelijk over langere termijn of op grotere schaal

Zwaktes:

Resultaten gelden vaak niet op kleinere schalen omdat de aannames van globale, gemiddelde trends vaak niet gebruikt kunnen worden

Voorbeelden:

Klimaat- en energieverkenning (PBL), modellen van het Centraal Planbureau

Termijn: Middellange tot lange

Schaal: Middelgrote tot grote

Simulatiemodellen

Modellen die processen uit de werkelijkheid “naspelen”. Bijvoorbeeld een infectiemodel bootst de verspreiding van het een virus onder de bevolking voor verschillende maatregelenscenario’s.

Sterktes:

Inzichten in het proces waarmee een eindresultaat bereikt kan worden, niet alleen in het eindresultaat zelf

Zwaktes:

Processen zijn vaak moeilijk te modelleren omdat ze van veel aspecten afhangen. Simulatiemodellen zijn daarom of sterke vereenvoudigingen van de realiteit óf zeer complex

Voorbeelden:

In de markt zijn er momenteel geen voorbeelden van simulatiemodellen voor de energietransitie

Termijn: Korte tot lange

Schaal: Kleine tot grote